Dit is het tweede deel van onze handleiding voor het schrijven van je whitepaper. Dit deel beschrijft over hoe je te werk gaat.

werkwijze

Begin met het opzetten van je structuur: 

  • Wat wil je beschrijven?
  • Wat moet je daarvoor eerst vertellen, wat erna?
  • Wat is je analyse, conclusie, inzicht over dat wat je beschrijft?
  • Wat voor aanbevelingen of consequenties moet de lezer daaruit trekken?

De antwoorden op deze vragen leiden vanzelf tot:

  • Een stuk dat de situatie beschrjft.
  • Een keuze voor je rode draad  van die beschrijving: begin je met de geschiedenis en eindig je in het heden, of begin je in het heden en zet je daarna een stap terug (sit laatste werkt vaak beter).
  • Een stuk dat reflecteert op wat je zojuist vertelde: ‘Wat kunnen we hiervan leren’?
  • Een conclusie, advies, lijst met suggesties (hier kun je eventueel je eigen oplossingen in verwerken!)

Wat je dan nog overhoudt om in te vullen zijn:

  • Een inleiding of samenvatting: een inleiding is prettig als er veel technische informatie in het situatiestuk staat — dan leid je de lezer rustig je whitepaper in. Als je mag aannemen dat iedereen de beschreven situatie kan plaatsen, is een samenvatting voldoende. Daarin vertel je in een paar zinnen waar deze tekst over gaat, en wat je conclusies (of enkle ervan) zijn. Het is het antwoord op de vraag: ‘Waar gaat die whitepaper van jou over?’
  • Bronverwijzingen: als je beweringen doet over bijvoorbeeld gebruik van wegen, of toegenomen invloed van X op Y, is het altijdd fijn als je de vraag ‘Hoe weet je dat?’ voor de lezer kunt beantwoorden door te verwijzen naar een bron. Denk aan CBS, universitaire onderzoeken, grote enquetes (Gartner) en dergelijke. Zoek altijd een ‘stevige bron’, niet een onderzoekje onder 10 respondenten.
  • Wat illustraties, schema’s of tabellen. Niet te veel, maar op elke pagina één ‘onderbreking’ is wel prettig.
  • Je afsluiting, eigenlijk de ‘samenvatting achteraf’. Plaats hier ook een link naar jou als auteur (email) of je website.